Ik ben er altijd vanuit gegaan dat ik niet gatachterlijk
ben. Of toch niet zo simpel als een allang vergeten familielid dat in de
beginjaren van mijn herbivoorschap halsstarrig edoch oprecht bleef beweren dat
kip geen vlees was. Of als de bevriende dakwerker die deze middag zijn
bezorgdheid over het tegenkomen van een vijfstreepschorpioen op Belgische bodem
vocaliseerde. Of als schele Jimmy, die zelfs nadat ons badkamerraam met een
ondoorzichtige plakstrip bedekt werd hoopvol uit zijn venster blijft gluren.
Maar soms begin ik te twijfelen aan mezelf. Zoals wanneer ik een zakje met
zowel roze, blauwe als witte wattenstaafjes koop en vervolgens wekenlang enkel
met de blauwe en roze stokjes mijn oorprut te lijf ga, terwijl ik mijn
huisgenoten subtiel maar kordaat aanspoor om hetzelfde te doen. Ik zie het
graag als er alleen maar witte stokjes meer in het zakje zitten. Of zoals
wanneer ik met opzet afwisselend mijn handen ga wassen in de badkamer en de keuken,
opdat de twee zeepjes op hetzelfde moment op zouden zijn. Of zoals wanneer ik
een bedenkelijke blik op mijn ontblote buikkwab werp terwijl ik nog een lepel chocomousse naar
binnen schuif. Of zoals wanneer ik bedenk hoe serieus ik het ordenen van mijn Pokémon-kaarten destijds nam. Of zoals wanneer ik snibbig doe tegen iemand die ik heel lief
vind. Dan denk ik: Chiara, misschien ben je toch wel een beetje een geit.
Mekker!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten