De trein zal tjokvol zeurende bejaarden, zuchtende nine-to-five'ers en krijsende kleuters. Samenzweringsgewijs staakten ze op een bepaald moment hun lawaaigemaak, waarop mijn maag terstond besliste het publiek te verrassen met een langgerekte, loeiharde knor. Als er een varken in de wagon had gezeten, dan zou het stikjaloers geweest zijn.
De vrouw die het ongeluk had vóór mij te zitten deed iets griezeligs met haar wenkbrauwen waardoor ze er behoorlijk boos en wraakzuchtig kwam uit te zien, alsof ze me wou waarschuwen voor de vergoeding die ze ging eisen omdat mijn lege maag haar permanente gehoorschade had bezorgd.
De jongen naast me had het veel te druk met bang zijn om zich zorgen te maken over z'n gehoorcapaciteiten, hij keek me aan alsof hij vermoedde dat ik een dier uit de zoo gejat had en netjes onder m'n jas had gestopt. Hij moest even slikken toen ie me een banaan zag boven halen.
Nadat ook alle mensen op de bus ongewild hadden kunnen meegenieten van wat geluidsfragmenten uit De Grote Spijsverteringsshow bereikte ik het thuisfront, alwaar ik mijn honger trachtte te stillen met wat Sinterklaasgerelateerd voedsel. Ik vrees dat het aantal letterkoekjes dat ik gegeten heb gelijk is aan het aantal syllaben in deze blogpost. Oeps.
Het wildlife-gehalte van het gegrom bleef echter stijgen, zelfs het avondeten bood geen soelaas. Toen ik de laatste hap puree in de bodemloze put liet verdwijnen, bedacht ik dat er misschien wel een mysterieuze betekenis achter mijn onstilbare honger zat, dat ik mogelijk uitverkoren was door één of ander hoger wezen om jullie te waarschuwen voor de koude winter en jullie aan te raden mijn voorbeeld te volgen en ziekelijk veel te boefen teneinde een noemenswaardige vetlaag te kweken. Of om jullie een dikke frak en een modieus paar sneeuwlaarzen aan te schaffen.
Of misschien ben ik gewoon een fretmuil.