vrijdag 18 februari 2011

Tramavonturen

De tram. Het geweldige, in theorie om de vier minuten voorbijzoevende transportmiddel; geschikt voor de moderne zakenman, maar zeker ook voor de drukbezette student, de moeder die d'r vier kinderen naar drie verschillende scholen moet zien te loodsen, de plaatsinpikkende oma die tijdens de winkelspitsuren snel op locatie wil zijn om tot ieders ergernis in àlle mandarijnen te gaan knijpen en er vervolgens geen één te kopen, maar natuurlijk ook voor wie gewoonweg niet graag wandelt. Dat klinkt fantastisch, maar de ervaren tramvoyageur zal mij gelijk geven wanneer ik zeg dat er niets zo on-fantastisch is als een tram. Tenzij je natuurlijk graag in het gezelschap bent van stinkende mensen, zatte mensen of randgevallen. Of stinkende, zatte randgevallen.

Trams komen overigens wanneer ze het zelf willen. Dat kan inderdaad om de vier minuten zijn, maar ze kunnen er ook voor kiezen je een kwartier te laten staan. Dat lijkt meestal het geval te zijn als het heel hard regent en je noodgedwongen met de voorgenoemde onwelriekende marginalen in een bushokje (tramhokje?) geperst zit. Het tramhokfeest kan natuurlijk pas echt beginnen als iemand besluit zijn of haar bevindingen over de tot op heden nog steeds onbestaande Belgische regering of één of ander VTM-programma met de rest van de wachtenden te delen. Natuurlijk altijd vergezeld van een niet thuis te brengen walm uit de mond. Hoera!

Héél soms kan zo'n tramwachtsessie echter relatief leuk zijn. Onlangs zag ik een oud mevrouwtje die, na enkele welgemikte parkeermanoeuvres, uit haar auto stapte, een netjes gestreken zakdoek uit haar jas toverde en vervolgens haar gehele auto begon schoon te boenen. Ook het dak, ja. Fascinatie alom!

Bijna zo fijn als het opgetutte meisje dat over haar chihuahua struikelde of de twee Russen die een koelkast op een ingenieuze skateboardconstructie achter zich aan trokken.