zondag 27 november 2011

HONGER

De trein zal tjokvol zeurende bejaarden, zuchtende nine-to-five'ers en krijsende kleuters. Samenzweringsgewijs staakten ze op een bepaald moment hun lawaaigemaak, waarop mijn maag terstond besliste het publiek te verrassen met een langgerekte, loeiharde knor. Als er een varken in de wagon had gezeten, dan zou het stikjaloers geweest zijn.
De vrouw die het ongeluk had vóór mij te zitten deed iets griezeligs met haar wenkbrauwen waardoor ze er behoorlijk boos en wraakzuchtig kwam uit te zien, alsof ze me wou waarschuwen voor de vergoeding die ze ging eisen omdat mijn lege maag haar permanente gehoorschade had bezorgd.
De jongen naast me had het veel te druk met bang zijn om zich zorgen te maken over z'n gehoorcapaciteiten, hij keek me aan alsof hij vermoedde dat ik een dier uit de zoo gejat had en netjes onder m'n jas had gestopt. Hij moest even slikken toen ie me een banaan zag boven halen.

Nadat ook alle mensen op de bus ongewild hadden kunnen meegenieten van wat geluidsfragmenten uit De Grote Spijsverteringsshow bereikte ik het thuisfront, alwaar ik mijn honger trachtte te stillen met wat Sinterklaasgerelateerd voedsel. Ik vrees dat het aantal letterkoekjes dat ik gegeten heb gelijk is aan het aantal syllaben in deze blogpost. Oeps.

Het wildlife-gehalte van het gegrom bleef echter stijgen, zelfs het avondeten bood geen soelaas. Toen ik de laatste hap puree in de bodemloze put liet verdwijnen, bedacht ik dat er misschien wel een mysterieuze betekenis achter mijn onstilbare honger zat, dat ik mogelijk uitverkoren was door één of ander hoger wezen om jullie te waarschuwen voor de koude winter en jullie aan te raden mijn voorbeeld te volgen en ziekelijk veel te boefen teneinde een noemenswaardige vetlaag te kweken. Of om jullie een dikke frak en een modieus paar sneeuwlaarzen aan te schaffen.

Of misschien ben ik gewoon een fretmuil.

vrijdag 30 september 2011

De dag dat ik een volledige zak M&M's leeg at

Gewoon, omdat het kon.


Extractie van de vier wijsheidstanden en een oorcorrectie, mompelden de verpleegsters ettelijke malen tegen al wie het moest of wilde weten. Ze zeiden het zonder hun lippen van mekaar te halen en gedempt, hoogstwaarschijnlijk omdat de betekenis en uitspraak van extractie hen niet helemaal bekend was en omdat ze zich afvroegen hoe het mogelijk was dat een stomatoloog ook plots oren kon fixen. Zeer louche allemaal.


Hoe dan ook, ik hou niet van verpleegsters. Hun spreektempo en intonatie zijn aangepast aan kinderen, oude mannetjes en ander volk dat er niet om geeft dat je tegen hen praat alsof ze debiel zijn. Dat zijn dan meestal ook debielen.


Bovendien hebben ze eeltige voeten, een onverklaarbare maar best griezelige fixatie op het vlechten van meisjeshaar en allen zijn ze gezegend met het talent om dingen achter te houden of simpelweg te liegen.
Zo heeft er geen enkele van die vrouwmensen de moeite genomen om me te melden dat er van eten, drinken, slapen en praten niet veel terecht zou komen in de volgende dagen, en dat mijn aangezicht op magische wijze de vorm en kleur zou aannemen van zowel rotte blauwe druiven als geblutste avocado's. Geweldig.


Het liegen weten de lieftallige ziekenzusters vaak ook handig te combineren met het doen-alsof-je-achterlijk-bent. Zo wist een bijzonder besnord exemplaar mij te vertellen dat het vreemd ruikende, duizeligmakende luchtje dat ik absoluut diep moest inademen, gewoon zuurstof was. Ofte "hoe maak ik me onnodig verdacht, les 1 ". Het boeiende beeld van hoe twee niet al te snuggere eeltvoetigen met al hun macht en wijsheid twee stijfbevroren ice packs tussen het drukverband probeerden te proppen, was het eerstvolgende dat ik - bij bewustzijn - mocht aanschouwen. Werkelijk kostelijk.


Zoals eerder vermeld werd mij te volgende dagen de mogelijkheid tot het uitvoeren van al mijn lievelingsdagtaken ontzegd. Hongerig, dorstig, moe en zwijgend keek ik dus naar Duitse soaps, als ik niet verlangend naar de klok aan het gluren was om te weten wanneer ik de volgende pijnstiller mocht trachten door te slikken, tenminste. 


Na een tijdje weet je niet meer zeker hoe het met je is en wat je allemaal kan. De euforie was dan ook groot toen ik per ongeluk een ongemixt stuk peer in mijn gemalen fruitprut aantrof en bleek dat ik er nagenoeg probleemloos kon op kauwen. Sindsdien heb ik alles wat mijn pad kruiste aan diggelen geknabbeld, met als hoogtepunt de zak toch wel bijzonder harde en krakende M&M's. Het kleurlaagje, de chocola, de noot, die uitdaging, oh! 


Groeten van een kersverse opstandige samenwerkende vennootschap tussen mijn maag en de draadjes die halsstarrig mijn opengereten tandvlees samen trachten te houden.

maandag 13 juni 2011

De dag dat ik een schel van mijn been sneed

Je weet dat het tijd is om de haagschaar boven te halen als ‘Er zit een aap in ons huis’ en ‘Met de Jeep door het oerwoud’ door je hoofd schalt als je naar je benen kijkt. Gezien het onverstandig is om Samson en Gert-epifanieën te negeren, dook ik snel het bad in, krabbelde er luid godverdommeënd weer uit omdat het water te heet was en betaalde de prijs voor mijn haastigheid, bibberend en ten prooi liggend aan Schele Jimmy (vide infra). Na verloop van tijd achtte het bad zichzelf klaar om mij te ontvangen en na heel wat gereinig en geschrob was het tijd voor le moment suprême: de Verwijderinck der Beenbegroeiingen. Dat ging zoals gewoonlijk vlot, in al mijn enthousiasme dacht ik bij het zien van een verwonderlijk wit stukje been zelfs dat ik er als enige op deze aarde in geslaagd was mijn huidskleur (weliswaar lokaal) weg te scheren. Toen de hele boel begon te bloeden als een pasgeslachte koe en er een plakje Chiara tussen het mes bengelde, sloeg het enthousiasme prompt om in onpasselijkheid (en stiekem ook een beetje fascinatie), gevolgd door de heroïsche woorden: “Moeder, hebben wij nog pleisters?” Ja, dat hadden we.

De rest van het weekend was echter gedrenkt in positiviteit. Het kind op de trein dat zichzelf reeds aan het voorbereiden was op het rockster-leven door zijn gitaartje ritmisch tegen de tafel te meppen heeft mij niet kunnen breken. Dat één van The Gay People (meer daar over later) aan de overkant de hele dag T-shirtloos z’n huis liep te stofzuigen deed me ook niets. Qua huishoudelijke accidenten was het ook maar pover: slechts één “heup-tegen-tafelstoot”, één “vinger-tussen-de-schuif” en één “tong-kosmisch-hard-verbrand-maar-kan-dit-keer-nog-alles-smaken-zou-ik-immuun-geworden-zijn-laat-ons-niet-te-vroeg-juichen” – stunt. Bovenop dat alles was er nog steeds het schijfje been, dat er voor gezorgd had dat ik nu maar liefst 40 gram minder woog en dat eventueel heerlijk had kunnen zijn in spaghettisaus – tot ik besloot dat dat mijn veggieschap zou schenden en dat het waarschijnlijk niet helemaal legaal was om mensenvlees te serveren.

Toen werd het maandag, en maandag deed wat ie het beste kan: me omstreeks 17 uur laten beseffen dat ik de hele dag nog geen levende ziel gezien had, dat ik nog niet had gesproken, dat - als ik niet de hele dag naar de videorecepten van Manjula* had gekeken - de tientallen pagina’s geblaat over Beckett en Shakespeare al lang achter me zouden liggen en dat ik het niet op de examens mag schuiven dat het weer een onbeschrijflijk onvruchtbare, trieste dag was geweest. De mooie, zonnige, potentieel fantastische dagen verpest ik namelijk ook.

Toen at ik een halve pot goedkope Hema-snoepjes en waren mijn eeuwigexpanderend achterste en ik redelijk blij. Dat moest dan maar volstaan.


* Check Manjula op eigen risico: http://www.youtube.com/user/Manjulaskitchen

Tree table-y-spoon of ghee.

zondag 10 april 2011

De bij

Tien jaar geleden besliste één of andere harteloze aannemer om Hofstades mooiste wei met de grond gelijk te maken. Alles wat er op stond - op uitzondering van de schapen en de koeien, die respectievelijk tot pullovers en saucissen werden verwerkt - werd fijngestampt tot een harmonieuze mousse van bloempjes en kevertjes. Hierop werden op niet-zo-professionele wijze twintig identieke huizen neergeplant, allen gekenmerkt door rotslechte isolatie, binnenmuren die eruit zagen alsof ze bepleisterd waren door een vierjarige en een pracht van een zolder, waar zelfs een pantoffeldiertje z'n hoofd aan het plafond zou stoten.

Twee jaar later propten wij al ons meubilair in een verhuiswagen en namen we onze intrek in één van deze huizen. Het bleek al gauw dat er in de verhuiswagen meer plaats was dan in de toekomstige woonkamer, maar dat was voor mijn ouders absoluut geen probleem, want weldra zou het Land van de Identieke Garagepoorten bevolkt worden door beschaafde, voorname mensen en dan konden zij eindelijk barbecueën en koffiedrinken met gelijkgestemden terwijl de kinderen buiten vrolijk ronddartelden. Er kwamen enkele marginale Aalstenaars (is dat een contaminatie?) en een familie Russen wonen, met wie de communicatie tot op de dag van vandaag nog steeds niet vlotjes verloopt. De droom werd pas echt aan diggelen gemept toen schele Jimmy zijn intrede deed, die sinds dag één permanent op post zit achter zijn badkamerraam om te zien of er toevallig niemand van de buren onder de douche staat.

Er kwamen geen barbecues en geen koffiekransjes, de honden van de buren kakten olijk op de stoep en letterlijk ieder paaltje dat in de straat stond werd genadeloos omvergereden. De buurt stond in rep en roer toen den Eddy een andere klink op zijn deur monteerde en iets later ook een zelfgefabriceerde brievenbus aan z'n deur zette, maar verder gebeurde er werkelijk niets spannends. 

Vijf jaar later kwam er een Marokkaan in de straat wonen. Hij dacht ons te kunnen choqueren door een satelliet op zijn dak te placeren en zijn voortuin te decoreren met exotische bloemen, maar intussen hadden de meesten al eigenhandig een illegaal tuinhuis gebouwd (één kerel ging zelfs voor een heuse muziekstudio, om zelf carnavalhits te kunnen maken) en er was eerder dat jaar al een gekke vrouw aan het tuinieren geslagen, met als gevolg dat niemand nog haar voordeur kon bereiken zonder zich een weg te banen tussen de palmbomen en de bamboestokken.

De Marokkaan was echter vastberaden zich onpopulair te maken bij de plaatselijke bewoners en had er dus niet beter op gevonden dan imker te worden. Zijn bijenpopulatie groeide exponentieel, zo ook zijn kroost, bijgevolg lopen en vliegen er nu overal creaties van onze lichtbruine medemens in de straat. De kindertjes zijn adorabel, maar dat kan van de bijen niet worden gezegd. Ze komen de laatste weken met z'n allen sterven op de vensterbank van de keuken en er hebben er ook al een paar de weg gevonden naar mijn slaapkamer. Bij het begin van dit schrijven hing er nog eentje te creperen aan het dakraam. Het arme kereltje had waarschijnlijk gehoopt dat ik hem de wereld uit zou helpen met behulp van een vliegenmepper (bijenmepper?) of een opgerolde Dag Allemaal, maar gezien ik weiger mee te werken aan de omzeephelping van levende wezens (dikke spinnen uitgezonderd) en mij nooit of te nimmer zal verlagen tot het lezen van Dag Allemaal, had ie grandioze pech.

Intussen is Bij Numéro Deux binnengefladderd, voorlopig nog levend en agressief. Het spreekwoordelijke (struisvogel)ei in mijn broek gebiedt mij te vluchten.
Adieu!

vrijdag 18 februari 2011

Tramavonturen

De tram. Het geweldige, in theorie om de vier minuten voorbijzoevende transportmiddel; geschikt voor de moderne zakenman, maar zeker ook voor de drukbezette student, de moeder die d'r vier kinderen naar drie verschillende scholen moet zien te loodsen, de plaatsinpikkende oma die tijdens de winkelspitsuren snel op locatie wil zijn om tot ieders ergernis in àlle mandarijnen te gaan knijpen en er vervolgens geen één te kopen, maar natuurlijk ook voor wie gewoonweg niet graag wandelt. Dat klinkt fantastisch, maar de ervaren tramvoyageur zal mij gelijk geven wanneer ik zeg dat er niets zo on-fantastisch is als een tram. Tenzij je natuurlijk graag in het gezelschap bent van stinkende mensen, zatte mensen of randgevallen. Of stinkende, zatte randgevallen.

Trams komen overigens wanneer ze het zelf willen. Dat kan inderdaad om de vier minuten zijn, maar ze kunnen er ook voor kiezen je een kwartier te laten staan. Dat lijkt meestal het geval te zijn als het heel hard regent en je noodgedwongen met de voorgenoemde onwelriekende marginalen in een bushokje (tramhokje?) geperst zit. Het tramhokfeest kan natuurlijk pas echt beginnen als iemand besluit zijn of haar bevindingen over de tot op heden nog steeds onbestaande Belgische regering of één of ander VTM-programma met de rest van de wachtenden te delen. Natuurlijk altijd vergezeld van een niet thuis te brengen walm uit de mond. Hoera!

Héél soms kan zo'n tramwachtsessie echter relatief leuk zijn. Onlangs zag ik een oud mevrouwtje die, na enkele welgemikte parkeermanoeuvres, uit haar auto stapte, een netjes gestreken zakdoek uit haar jas toverde en vervolgens haar gehele auto begon schoon te boenen. Ook het dak, ja. Fascinatie alom!

Bijna zo fijn als het opgetutte meisje dat over haar chihuahua struikelde of de twee Russen die een koelkast op een ingenieuze skateboardconstructie achter zich aan trokken.

maandag 3 januari 2011

Blokvet

Ik voelde mezelf nuttig en trots. Met wat er in mijn haar te vinden was kon ik een goeddraaiende frituur een volledige week van olie voorzien, mijn gebottelde lichaamsgeur zou menig insect de dood injagen en met wat er zich binnenkort in die ontluikende pukkel zou ontwikkelen kon ik zeker en vast een middelgroot Afrikaans dorp voeden. Maar ik was te zwak om al dat moois in stand te houden. De drang om te douchen was té groot. Een beetje mistroostig kwam ik voor het eerst in drie dagen uit de catacombe en begaf ik mij naar de badkamer, alwaar ik afscheid nam van de pyjama waar ik de voorbije dagen in geleefd en geslapen had. Dat had ik beter niet gedaan, want zodra ik mij in naakte toestand bevond, drong het op pijnlijk trage wijze tot me door dat ik vanaf dan tot de corpulenten van deze wereld moest gerekend worden. Of de nijlpaarden, of de walrussen, zo u wil.

Na minutenlange blikken van ongeloof, buik-intrek-manoeuvres en mislukte trek- en knijppogingen om het vet naar minder zichtbare oorden te verplaatsen, besefte ik dat er geen kant-en-klare oplossing was. Ik stapte in de douche en, verbaasd over het feit dat het arme ding niet uit zijn voegen was gebarsten bij mijn intrede, probeerde ik me voor de geest te halen wat de oorzaken van mijn exponentiële uitzetting konden geweest zijn. Aan de appels, tomaatjes en worteltjes zal het alvast niet gelegen hebben. Druifjes leken me ook onschuldig. Misschien ging het mis toen ik de druiven door rozijnen verving? Of toen de rozijnen noten werden? Of toen ik van noten overschakelde op M&M's? Of toen de M&M's op mysterieuze wijze in karamellen veranderden? Of toen de karamellen op waren en ik noodgedwongen overging op cakejes? Hmm.

Sla en water, vanaf... nù.