Ze kwamen en ze gingen, maar dan wel met een ellendig grote tijdspanne ertussen: de oude mevrouwen. Ze noemden zichzelf Maria, Lutgarde, Chris en Sophie. De laatstgenoemde heette vroeger Julienne, maar nu dus klaarblijkelijk niet meer. Ik vraag me af hoe dat is kunnen gebeuren.
Nadat het obligatoire zoenritueel was afgerond, drapeerden ze hun muffe jassen over de kapstok, schuifelden naar binnen, ploften neer in de zetel en begonnen gelijk aan een wedstrijd stating the obvious, met klassiekers als "Wat ben je groot geworden!", "Je haar groeit wel snel hé?", "Je lijkt toch zó op je mama." en "Je lijkt toch zó op je papa.". Mijn broer en ik knikten, zonder de gouden hoektand van Maria uit het oog te verliezen. We waren het erover eens dat dat best wel gangsta was.
Terwijl ze hun uiterste best deden om hun tanden binnen te houden, babbelden ze en dronken ze soep, wat gelukkig nog niet voor al te grote complicaties zorgde. Toen het niet-drinkbare gedeelte van de maaltijd op tafel verscheen, was het hek echter van de dam: kauwen bleek geen gemakkelijke opdracht te zijn. Bovendien klaagden ze allen over kosmisch hoge LDL-waarden, dichtslibbende aders en dreigende hart- en herseninfarcten; kortom, de ene was kennelijk al meer bijna-dood dan de andere. Het dessert bleef dan ook nagenoeg onaangeroerd staan, wat bij mijn moeder resulteerde in een voor het ongetrainde oog onzichtbare hysterie. Een piepklein, welvermomd hysterietje. Adorabel, toch?
Tot mijn grote verbazing sloegen de oudjes wel een misselijkmakende hoeveelheid cava, wijn, koffie en Irish coffee achterover. Vergezeld van een collectieve rooksessie op het terras kan dat natuurlijk al tellen. Na enkele uren roken ze dan ook naar alles wat ze gedronken en gerookt hadden, samen met een immer aanwezig vleugje mottenbal, haarlak en een ondertoon van doordringende oude-mensen-adem. Huiver, sidder ende beef.
Toen ik bijna het leven had gelaten bij het ondergaan van al deze verschrikkelijkheden, beslisten ze als bij toverslag om te vertrekken. Het werd immers al donker, en het is algemeen geweten dat oudjes in een auto dan nog gevaarlijker zijn dan bij daglicht.
Oef.